Vereniging in de kijker : The Ugandans and Friends Community in Belgium(UFCB)

Vereniging in de kijker : The Ugandans and Friends Community in Belgium(UFCB)

Een opgeruimd kantoor, een aangename sfeer en een man met een rustige uitstraling zijn wat ik zie als ik het zoomscherm open. Vandaag ga ik praten met de Ugandees Atine John Bosco-Olugo, voorzitter van ‘The Ugandans and Friends Community in Belgium(UFCB)’. Het gesprek komt traag op gang, maar al snel begint Atine te praten en vertelt hij zijn boeiende verhaal.
Hij kwam in 2004 naar België om een opleiding te volgen tot specialist in de adoptie van medische software. Sinds hij voet op Belgische bodem zette, werd hij meegesleurd in een golf van positieve ervaringen en opportuniteiten. Het viel hem echter op dat veel van zijn leeftijdsgenoten en andere Afrikanen weinig moeite deden om hun levensomstandigheden hier te verbeteren.
Hij wilde snel integreren en vond het belangrijk Nederlands te leren, niet alleen om alles administratief te kunnen opvolgen maar ook om zijn kinderen thuis te kunnen bijstaan.
Hij kwam ook snel in contact met de Oegandese gemeenschap in België nadat hij een van hun bijeenkomsten had bijgewoond. Atine wijdde later zijn vrije tijd aan het freelancen bij de Oegandese ambassade voor hun ICT-behoeften. Die had daar geen groot budget voor en hij vond het leuk om zijn land op die manier te helpen en te steunen. Door deze job leerde hij ook de noden van de Engelstalige ambassades zeer goed kennen en uiteindelijk werd het zijn eerste echte freelance job hier en zijn uitvalsbasis om in België te blijven.
Werken in diplomatieke en politieke kringen ligt ook in het verlengde van wat hij van huis uit heeft meegekregen. Zijn vader, Patrick Olugo-Atine, was opvoeder en bestuurder en was actief in politieke kringen voor hij werd vermoord. In Brussel wilde hij het werk van zijn vader voortzetten en ging hij diplomatieke betrekkingen studeren. Het was een hele uitdaging om ICT en diplomatieke betrekkingen samen te voegen, maar het lukte en ondertussen gaf hij ook les in diplomatie en protocollen over de culturele scenario’s van Afrika ten zuiden van de Sahara. En zo ging het maar door voor Bosco. De ene kans na de andere, die hij met open armen aangreep

Kunt u mij iets vertellen over de werking van uw vereniging?

Wel, kort na mijn aankomst in Brussel werd ik door een landgenoot voorgesteld op een van de vergaderingen van de vereniging. Toen ik op de vergadering zat, besefte ik dat de Oegandese diasporaverenigingen niet zichtbaar genoeg waren. De mensen wisten niet dat we bestonden. Ik gaf hen een overzicht van de middelen die bestonden om die zichtbaarheid te vergroten en waar we aan werkten.
Bij de UFCB is ons werk gebaseerd op 3 pijlers. De eerste pijler is engagement.  We zijn hier niet in ons moederland, dus moeten we er voor elkaar zijn, de mogelijkheid hebben om onze emotionele behoeften te delen en elkaar helpen om onze dagelijkse problemen op te lossen.
De tweede pijler is gebaseerd op “eenheid”. Onze leden komen van verschillende stammen en hebben verschillende politieke overtuigingen, maar we willen onszelf zien als een eenheid.
Voor onze laatste pijler ‘welvaart’ willen we onze leden goede raad geven en hen motiveren om goede keuzes te maken. We willen hen bijvoorbeeld aanmoedigen om een opleiding te volgen, te investeren in een huis, te sparen voor een regenachtige dag, enz.

Ook willen we verbinden om met één stem te spreken, elkaar te informeren en te steunen.  Bovendien zijn we er niet alleen voor Oegandezen, maar ook voor andere nationaliteiten. Ook Belgen zijn lid van onze vereniging.

Welke activiteiten organiseren jullie?

Onze topactiviteit is onze jaarlijkse BBQ waar we elkaar ontmoeten. Dit is elk jaar een grote bijeenkomst waar leden en hun familie informeel nieuws uitwisselen, problemen bespreken, enz.
Verder hebben we vooral activiteiten rond onze culturele tradities. Bijvoorbeeld, wanneer iemand overlijdt komen we samen en bieden financiële hulp. Ook huwelijken en geboortes worden gedeeld en samen gevierd. Dit zijn belangrijke levensgebeurtenissen die door de gemeenschap gedragen worden.
Elk jaar vieren we ook de onafhankelijkheidsdag van Oeganda samen met de ambassade. We helpen het te organiseren en veel vrijwilligers geven hun beste krachten op die dag.
Als voorzitter en leider heb je ook een voorbeeldfunctie. Ik doe mijn best en deel wat ik bereikt heb met de anderen uit de gemeenschap. Ik probeer een goed voorbeeld te zijn voor de anderen en hoop hen op die manier te inspireren.

Atine, heb je nog dromen ?

Mijn droom, elke dag, is om te zien dat mijn landgenoten, hier en daar, het beter hebben dan vroeger, vaderlandslievend zijn en goed geïnformeerd. Ik droom ook van stabiliteit. Niet alleen stabiliteit in mijn regio, maar ook financiële, fysieke en mentale stabiliteit voor elk van mijn landgenoten.
Verder wil ik ook mijn eigen leven verbeteren. Dromen blijven najagen op professioneel, academisch en persoonlijk vlak blijft belangrijk voor mij, na het behalen van talrijke academische onderscheidingen op het gebied van Diplomatie, Internationaal protocol, Cybersecurity, Geospatiale I.T., Gezondheidsinformatica (e-Health), e-HR, een Microsoft Services Adoption Specialist en, een geassocieerd professioneel lid bij de Association of Computing Machinery (ACM).

Als klap op de vuurpijl is “patriottisme binnen de diasporagemeenschappen, ongeacht nationaliteit, religie en politieke voorkeur, van het grootste belang”.



Vereniging in de kijker : Acres of Hope

Vereniging in de kijker : Acres of Hope

Kris Lambrecht en ik ontmoeten elkaar op een zonnige dag in april, buiten en op veilige afstand van elkaar, beide opgetogen dat we elkaar in real life kunnen spreken en dat we het zoomscherm even buitenspel kunnen zetten. 

Zij komt uit hartje Oost-Vlaanderen meer bepaald uit Lotenhulle en heeft samen met haar man 6 kinderen. Een diverse mix van 2 biologische kinderen, 3 adoptiekinderen uit Vietnam, Sri Lanka en Liberia en tenslotte ook nog een pleegkind,  uit België. Kris, die ondertussen 58 is, straalt pure passie uit als ze begint te vertellen over haar leven als onthaalmoeder waardoor ze ook in de pleegzorg terecht kwam.  Pasgeborenen en heel jonge kinderen waren haar roeping en ondertussen nam ze al 33 pleegkinderen onder haar vleugels. 

Naast moeder zijn is Kris ook de drijvende kracht achter Acres of Hope, een vzw met een heel intensieve werking zowel in België als in Afrika. Ik luister dan ook geboeid als ze haar verhaal begint te vertellen. 

Hoe is Acres of Hope ontstaan ? 

Alles begon in 2005 met de adoptie van ons laatste kind uit Liberia waar ze in een weeshuis verbleef.  Wij hadden het gevoel dat we iets wilden en konden doen om de levensomstandigheden van de andere wezen daar te verbeteren. Onze eerste fundraising, een ontbijt,  werd op poten gezet en was direct een schot in de roos. Een zaadje was gepland en met veel enthousiasme begonnen we het te koesteren. 

Acres of Hope  werd in 2006 opgericht en een jaar later vertrokken we voor het eerst zelf naar Liberia.  Het weeshuis bevond zich in Rockhill, een dorp op een heuvel waar vooral  ex-kindsoldaten verbleven en probeerden te overleven. Het was een ruwe omgeving,  een tijdelijke  tussenstop voor mensen van verschillende etnische groepen die hun geluk kwamen beproeven in de hoofdstad Monrovia 10 km verderop en een plek waar kinderen in steengroeves voor een zeer karig loontje tewerkgesteld werden. Onze eerste acties bestonden in het voorzien van waterputten op verschillende plaatsen op en rond de heuvel. 

Vervolgens begonnen ze in 2010 aan de bouw van een school die we in 2012  officieel werd geopend. Aanvankelijk met kinderen tussen de 4 en 6 jaar, in kleine groepen en zoveel mogelijk in hun eigen leeftijdsgroep. Het jaar nadien konden we het opentrekken naar alle leeftijdsgroepen en ondertussen telt onze school al meer dan 300 leerlingen en is onderwijsaanbod uitgebreid tot het lagere middelbaar. Vanuit AOH verzamelen wij ook per maand 5 euro per kind aan schoolgeld waardoor een kwalitatief onderwijs aan een betaalbare prijs voor de ouders mogelijk blijft. 

Sinds de school opengegaan is zien we dat er op schooldagen geen kinderen meer aan het rotskappen zijn in de steengroeves. Dit op zich is al een mooi resultaat. 

Heb je nog andere projecten in Liberia? 

Ja, ondertussen hebben we ook medische projecten. Dit groeide vooral uit mijn ervaring als pleegmoeder, voor vooral pasgeborenen en  uit een ontmoeting met een Liberiaanse vroedvrouw. Onze aanvankelijke doelstelling was bij te dragen tot veilige bevallingen maar ondertussen bouwden wij ook al 2 klinieken in het binnenland. Wij kozen heel bewust voor het binnenland omdat vele NGO’s voornamelijk actief zijn in de hoofdstad en de armere plattelandsbevolking, mede door het  slechte wegeninfrastructuur, nog weinig toegang heeft tot gezondheidszorg.  

Terwijl wij zorgen voor de infrastructuur wordt aan de bevolking gevraagd om zelf in te staan voor de uitbouw van de kliniek onder andere door beroep te doen op overheidssteun. Ondertussen sturen wij wel containers met afgeschreven medische materiaal en dragen op die manier ook bij tot de uitrusting van de kliniek.  

Verder ondersteunen wij zowel de scholen als de klinieken met vormingen rond bepaalde thema’s. Zo organiseerden wij bijvoorbeeld in scholen workshops rond ‘hoe  interesse van de kinderen behouden, hoe omgaan met storend gedrag, hoe  bepaalde onderwerpen aanbrengen,….’. 

Naar de vroedvrouwen toe was dit bijvoorbeeld rond het herkennen van probleemzwangerschappen  en hoe je er op kan inspelen. Soms gebeuren die vormingen door Liberiaanse gastsprekers, soms gebeurt dit door mensen die wij uitnodigen vanuit België. 

Hoe vertaalt zich dit in België ? 

Dit bestaat uit verschillende luiken. Ik vind het belangrijk dat fundraising en informeren samen gaan. Zo ga ik vaak lezingen geven rond het project en rond Liberia in het algemeen. Op vele wereldmarkten in Oost- en West Vlaanderen verzorgen wij infostands  waarbij  ik mensen actief betrek door bijvoorbeeld het gewicht van een steen (gelinkt aan de steengroeves uit Rockhill) te laten raden. Acres of Hope kan gelukkig rekenen op de enthousiaste inzet van vele vrijwilligers. 

We hebben ook onze jaarlijks terugkerende acties zoals een paaseierenverkoop rond Pasen en een wijn- en cavaverkoop rond de kerstperiode. Onze traditionele benefietmaaltijd is altijd een succes waarbij we veel sympathisanten mogen ontvangen.

Verder hebben wij onze ‘AOH safe birth pakketjes” die wij hier in België klaarmaken. In elk pakket zit  een stuk zeep, een stuk touw, een handdoek, een muts en een eerste broekpakje. De mutsen worden gebreid door mensen uit verschillende woonzorgcentra die het geweldig vinden om op  die manier te kunnen bijdragen tot een project. Het is een ongelooflijk succes in België en het wordt ontzettend geapprecieerd in Liberia.  

Kris, heb je nog dromen ?

Ik droom om de projecten in Liberia nog verder uit te bouwen en ook samen met de lokale bevolking te werken naar zelfredzaamheid van de projecten. 

Voor de school wil ik graag een voedselprogramma opzetten wanneer ik de nodige fondsen kan vinden. Onze scholieren komen allen uit arme gezinnen die vaak leven van amper 1€ per dag. Velen van hen komen naar school zonder ontbijt of lunch … met een hongerige maag is het moeilijk om goed te presteren. 

Voor de medische projecten hoop ik de gezondheidszorg ter plaatse regelmatig een duwtje in de rug te kunnen geven. Naast het blijven voorzien in goed materiaal wil ik ook graag workshops en uitwisselingen met medische personeel van bij ons blijven organiseren. 

Ook droom ik ervan om mensen vanuit België warm te maken om zelf Liberia en de projecten ter plaatse te komen bekijken. Hen de kans te geven om te zien dat we met Acres of Hope echt een verschil maken in het leven van velen en hen tevens te laten zien dat Afrika niet enkel miserie is … mensen zijn er ook gelukkig. 

Onderwijs voor de kinderen, goede gezondheidzorg en werkgelegenheid … daar hopen we met Acres of Hope ons steentje aan bij te dragen in Liberia. 



Vereniging in de kijker - Ghana Council

Vereniging in de kijker - Ghana Council

Sommige mensen dwingen respect af gewoon door wie ze zijn en waar ze voor staan. Kwaku Acheampong, een innemend man die zijn sporen hier en in zijn moederland Ghana heeft verdiend,  is ontegensprekelijk één van hen.

35 jaar reeds woont hij in België en ondertussen is hij vader van 4 kinderen en gepensioneerd na een succesvolle carrière bij FOS, een vzw die werkt rond internationale solidariteit en armoedebestrijding. Vanuit zijn opleiding startte hij daar als boekhoudkundige. Enkele jaren later kwam hij terecht in hun programma’s rond ontwikkelingssamenwerking in Afrika en tenslotte werd hij diensthoofd  internationale projecten waardoor hij ook projecten in Zuid- en Centraal Amerika opvolgde.

Naast zijn professionele activiteiten zet Kwaku zich ook al jarenlang in als stichtende voorzitter van Sankaa vzw en Ghana Council en als bestuurlid van Okyeman.

Het is vooral het verhaal achter Ghana Council dat ons boeit en dat onlosmakelijk verbonden is met het ontstaan van Sankaa vzw zelf. De duurzame en waardevolle samenwerking tussen beide organisaties loont de moeite om even in een historische context geplaatst te worden  om vervolgens de link met hun huidige werking  te maken.

Kwaku, hoe en waarom is Ghana Council ontstaan ?

Het is een lang verhaal dat begint in de jaren ’80 toen veel Ghanezen naar België kwamen. In die beginjaren was er veel eenzaamheid in de gemeenschap. Begin  jaren ’90 groeide het idee dat we daartegen iets konden ondernemen door ons als individuen te  verenigen binnen een vereniging. Zo ontstond Ghanaba wat staat voor zonen of dochters (ba) van Ghana en waarbinnen  Ghanezen van alle etnische culturele groepen elkaar ontmoetten.

In een tweede fase begonnen Ghanezen van eenzelfde etnische groep, met elk hun eigenheden en culturele waarden, zich onderling ook te verenigen. Zo ontstonden verenigingen zoals Asanteman (van de Asante-regio) en Okyeman (van de Akim-regio) die zich toen vooral centraal in Brussel vestigden.

In een volgende fase begonnen Ghanezen van dezelfde bevolkingsgroepen maar  uit andere Belgische steden zoals bijvoorbeeld Antwerpen zich dichter bij huis te organiseren. En zo ontstonden ook Ghanese organisaties in de grotere Belgische steden.

Vanuit deze verspreide mozaïek van organisaties kreeg ik  het idee om deze verenigingen weer samen te brengen en zo ontstond de koepelvereniging Ghanaba in 1997. Het ging  ons voor de wind en in 2000 werden we erkend als federatie van de Ghanese gemeenschap door de Vlaamse gemeenschap (ministerie van cultuur).

2005 was een kantelmoment omdat de erkenningscriteria vanuit het beleid veranderden. Om ons verder bestaan te garanderen werd ons gevraagd om minimum 50 lidverenigingen te hebben die  bovendien niet uit 1 Afrikaans land afkomstig waren maar uit verschillende landen. Nieuwe contacten werden gelegd en al gauw kregen we een divers pallet van lidverenigingen vanuit de Engelstalige Afrikaanse gemeenschap. De naam Ghanaba dekte de lading niet meer en Faab vzw (the Federation of Anglophone Africans in Belgium), het latere Sankaa vzw, zag het daglicht.

De oorspronkelijke Ghanese verenigingen wilden wel graag, vanuit hun gemeenschappelijke cultuur en achtergrond, een eigen koepelorganisatie blijven behouden en zo werd Ghana Council opgericht.

Jullie bestaan ondertussen al iets langer dan 30 jaar. Wat is er veranderd ?

Het oorspronkelijke idee was veelzijdig. Het verenigen van Ghanezen in België stond centraal maar bovendien wilden we de nieuwkomers ‘wegwijs’ maken in hun nieuwe land om de integratie, emancipatie en participatie te faciliteren. In onze beginfase organiseerden we daarrond heel veel vormingen zoals bijvoorbeeld de werking van de mutualiteiten, de organisatie van de pensioenen, de rechten en plichten, ….

Door de jaren heen evolueerden we ook tot het contactpunt en de  belangenverdediger van de Ghanezen in België door relaties aan te gaan met de Vlaamse overheid, onze gemeenschap te vertegenwoordigen en op te treden als spreekbuis. Ook het stimuleren   van  mensen of organisaties tot ontwikkelingssamenwerking en bedrijven coachen en informeren om te investeren in Ghana zien wij als onze taak.

Naast dit alles vinden we het en zeker niet in het minst dat wij ambassadeurs zijn van onze cultuur. Wij willen mensen laten voelen en  proeven van onze cultuur om zo toenadering en begrip te stimuleren.

Geef eens een voorbeeld van hoe je zo een culturele toenadering aanpakt ?

Jaarlijks organiseren de lidverenigingen van Ghana Council samen bijvoorbeeld de ‘Ghana Independence day’. We bundelen onze krachten met de Ghanese ambassade en vieren dit belangrijk moment met dans, eten en traditionele klederdracht. Op die dag is iedereen welkom. Het overstijgt ras, herkomst, kleur,… Onze cultuur delen staat centraal.

Hoe pakken jullie het aan in het Zuiden ? Heb je daar ook projecten ?

Zoals reeds gezegd proberen we bedrijven te stimuleren om te investeren in Ghana.

Zelf zetten we in op structurele ontwikkelingssamenwerking waarbij stad Antwerpen een belangrijke ondersteunende partner is. Stad Antwerpen ging in 2010 hun beleid rond ontwikkelingssamenwerking aanpassen om meer sociale cohesie in de stad te promoten. Daarvoor wilden zij werken met de diaspora die het meest vertegenwoordigd waren Antwerpen. Na Turkije, Marokko en Congo kwam de Ghanese gemeenschap. Gezien Turkije niet als ontwikkelingsland beschouwd werd kwam Ghana op de derde plaats en werden we ondersteund voor structurele samenwerking. Ghana Council vertegenwoordigde hierbij de Ghanese verenigingen en zorgde voor de verdeling van de financiële steun onder zijn leden. Er werd toen vooral ingezet op gezondheid en onderwijs.

In 2015 werd door Stad Antwerpen beslist dat verenigingen niet louter op hun middelen mochten steunen maar dat ze  ook voor andere partners en andere geldschieters moesten zorgen. Ghana Council vond toen FOS vzw bereid om mee te werken in die zoektocht en mede dankzij hen kregen we fondsen van de Vlaamse overheid. Vanaf toen werd vooral ingezet op projecten rond watervoorziening en sanitair in dorpen en middelbare scholen. Ondertussen werden 15 dorpen van water en sanitair voorzien en werden in verschillende scholen sanitaire blokken gebouwd. Het onderwijs is in Ghana sinds een 3 tal jaar gratis waardoor er een toeloop is van leerlingen en vooral van meisjes. De sanitaire voorzieningen voldeden echt niet meer. Op die manier proberen we te beantwoorden aan de SDG’s (Sustainable Development Goals) op gebied van ‘gendergelijkheid, watervoorziening en sanitaire voorzieningen’.

Kwaku, heb je nog dromen?

Vanuit mijn werk in ontwikkelingssamenwerking droom ik logischerwijze van een rechtvaardige wereld. De coronacrisis heeft ons eens te meer laten beseffen dat we leven  in een geglobaliseerde wereld waarin  wat in  één land gebeurt  gevolgen heeft voor veel andere landen. Ik droom ook van gelijkheid. Ik zag zoveel armoede, zoveel ‘echte’ miserie tijdens mijn projectbezoeken dat ik het mooi zou vinden mochten de begoede mensen zich wat meer zouden inzetten voor de minderbegoede. Dat zou mooi zijn.

 

Dank je wel Kwaku. 



Vereniging in de kijker – Fraternité des mamans de mpangu

Vereniging in de kijker –

Fraternité des mamans de mpangu

Marie Kibaba, beter gekend als ‘maman Marie’, is een vat vol bruisende energie,  eigen aan mensen die passie en gedrevenheid feilloos met elkaar weten te combineren.

Zij is afkomstig uit RDC Congo, 73 jaar oud en moeder van 8 kinderen die allen getrouwd en uitgefladderd zijn naar verschillende landen en continenten.

Sedert 2000 woont zij in Brussel waar zij zich settelde naar een lange en succesvolle carrière bij het ‘Legers des Heils’ is Kinshasa. In deze christengemeenschap zette zich niet alleen in als lerares in de lagere school maar  ook als hun officiële vertegenwoordigster op internationale congressen zowat overal in de wereld.

Tot vandaag zet ze zich nog in voor deze organisatie. In Elsene bijvoorbeeld is ze nog steeds verantwoordelijk voor het opzetten van voedselbanken, het verzamelen en uitdelen van kledij aan kwetsbare groepen, het verzorgen van koffie en thee aan daklozen,…

Maman Marie is ook voorzitster van ‘Fraternité des mamans de mpangu’, een Brusselse vereniging, waarover ik in dit gesprek meer wil te weten komen.

Hoe is het idee voor de oprichting van de vereniging ontstaan  ?

Wel, zo een 20 jaar geleden kwamen wij met een aantal mamans, wijze oudere vrouwen,  regelmatig samen. Sommige van die ‘mamans’ stonden er alleen voor en voelden zich eenzaam en/of hadden andere hulp nodig. Daarnaast vonden wij het belangrijk dat we niet alleen moeilijke maar ook gelukkige momenten konden delen.

Al snel stelden we ook een systeem van maandelijkse bijdragen op punt  waardoor er ook financiële ruggensteun mogelijk was in geval van nood.

Door de jaren heen kregen wij meer en meer vraag naar hulp van buitenaf. Die vragen kwamen niet alleen vanuit onze nabije omgeving in Brussel maar ook vanuit Congo. Zo ontstond binnen de groep van ‘mamans’, stilletjes aan, de zin en het verlangen om ook meer te kunnen betekenen voor anderen en de ruimere samenleving. Door de omvang in grootte van de activiteiten besloten we ons tenslotte op een formele manier te organiseren en werd de ‘Fraternité des mamans de mpangu’ opgericht.

Welke activiteiten organiseren jullie zoal ?

Ons doel is vooral solidariteitsnetwerken op te zetten en initiatieven rond ontwikkelingshulp te ondersteunen.

Zo organiseren we in CC Jette naaiateliers  waar we niet alleen met de mamans samenkomen maar ook  met mensen van verschillende afkomst. Het zijn naast leermomenten ook ontmoetingsmomenten waar we elkaar leren kennen op een aangename manier.

Belangrijk voor ons zijn ook onze taallessen Nederlands en Kikongo. Deze laatste  is een oude taal die niet meer door alle mamans gesproken wordt maar die veel traditionele waarden en wijsheden bevat. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk Nederlands te leren want dit is nu de taal van onze dagelijkse werkelijkheid.

Uit onze comfortzone stappen doen we niet alleen door nieuwe dingen te leren maar ook door naar buiten te treden en andere dingen te doen en te leren. Zo gaan we regelmatig op museumbezoek (Tervuren, Koninklijk paleis,…), naar culturele instellingen, naar zee, op stadsbezoek naar Luik, Dinant,… Het opent onze blik en door dit samen te doen worden de drempels weggenomen.

Hoe antwoorden jullie op de vraag naar hulp vanuit Afrika ?

De vraag naar hulp komt vooral vanuit scholen en gezondheidscentra. Bij scholen gaat het over zendingen van pc’s, naaimachines en het inrichten van klassen en bij de gezondheidscentra over bedden, beddengoed en matrassen. Om aan deze vragen te beantwoorden gebruiken we niet alleen onze maandelijkse bijdragen maar werken we ook samen met andere organisaties.

Voor de gezondheidscentra bijvoorbeeld krijgen we van  het Sint Lucasziekenhuis  afgeschreven matrassen en beddengoed welke we met de hulp van ‘Wereldmissiehulp’ verzenden naar Congo.  Voor de verdeling ter plaatse doen we beroep op het  leger des heils’ die  er samen met onze raadgever ter plaatse voor zorgt dat alles op de juiste plaats terecht komt.

Maman Marie, heb je nog dromen ?

Ja hoor. Ik  wil nog lang leven omdat ik me dan nog lang kan blijven inzetten voor zij die het nodig hebben. Ik sta mensen bij in hun laatste uren, ik zet me in voor kwetsbare groepen, ik kook ook vaak voor gemeente Jette tijdens bijvoorbeeld opendeurdagen,…  Het heeft me een reden om op te staan in de ochtend en het geeft een nuttige invulling aan mijn  leven.



Vereniging in de kijker : Ghana Progressive Union

Vereniging in de kijker : Ghana Progressive Union

Elkaar inspireren, ontmoeten en ondersteunen blijven ook in 2021 ankerpunten in onze werking. We willen dan ook in dit nieuwe jaar maandelijks de werking van een  vereniging of het verloop van een project in de kijker blijven zetten.

Op een koude winterdag ontmoet ik Rans Seth Oubin van Ghana Progressive Union uit Antwerpen. Een rustige, gepensioneerde  man die sinds 1989 in België woont, papa is van een 10-jarige dochter en plus-papa van 2 andere kinderen.

Rans is afkomstig uit Takoradi, de op twee na grootste stad van Ghana, na Accra en Kumasi. Takoradi is een kuststad en Rens was een zeeman die veel reisde.  Na 1 van zijn opdrachten kwam hij in België terecht waar hij trouwde en als technieker aan de slag ging.

Rans, hoe kwam je op het idee om jouw vereniging op te starten ?

In eerste instantie willen wij nieuwkomers uit Ghana helpen. Vaak hebben zij het aanvankelijk moeilijk om zich hier te integreren omdat zij verloren lopen tussen de verschillende diensten. Wij helpen hen niet alleen met de vertaling en het in orde brengen van de juiste papieren maar wij leiden hen ook toe naar de juiste diensten.

Veel mensen kennen mij nog als secretaris van Ghana Welfare. Deze vereniging bestond al eind jaren ’90 en daar deed ik heel wat kennis en ervaring.

Organiseren jullie naast die individuele ondersteuning ook nog activiteiten ?

Ja, in het verlengde van die hulp bij integratie nodigen wij ook sprekers uit van verschillende diensten in Antwerpen. Voorbeeld hiervan is de politie die een infosessie kwam geven rond de werking van hun diensten.

Om de 3 à 4 maanden verzorgen wij  ook zelf een infosessie rond de mogelijkheden, rechten en plichten in België. Dit kan gaan over heel verschillende onderwerpen gaande van verkiezingen en taallessen, over pensioenen tot gezondheidsvoorzieningen.

Naast deze louter informatieve en educatieve activiteiten komen we ook maandelijks samenkomsten waarbij alles rond ontmoeting draait. We toetsen af of iedereen in de gemeenschap zich goed voelt en zo niet, dan zoeken we samen naar oplossingen. Het zijn informele bijeenkomsten waarbij we samen en eten en drinken. Dit brengt mensen op een eenvoudige manier samen. Bovendien is het de uitgelezen gelegenheid om te debatteren en uit te wisselen over actuele thema’s.

Je vertelde dat jullie ook inzetten op gezondheid  ?

 

Ja ! Het is belangrijk dat we ons mentaal en fysiek goed voelen. In samenwerking met Sankaa  konden wij deelnemen aan Simpelweg Gezond. Naast gezonde voeding ontdekten wij ook dat er in de buurt van Antwerpen prachtige natuurreservaten zijn waar we altijd terecht kunnen voor een wandeling. Een gids van Natuurpunt leidde ons rond en zo ontdekten we prachtige en  toegankelijke plekken dichtbij  waarvan we voordien zelfs niet wisten dat ze bestonden.

Verder gaan we af en toe ook op museumbezoek waarbij we graag leren en ontdekken.

We treden niet enkel naar buiten maar we brengen ook graag mensen naar ons toe. Zo organiseren we jaarlijks een BBQ waarbij iedereen welkom is en waarbij we mensen van verschillende gemeenschappen samenbrengen. Jammer genoeg kon deze activiteit dit jaar niet doorgaan door de coronamaatregelen.

Heb je ook nog dromen Rans ?

 

Ik zou het heel fijn vinden mocht iedereen zich heel goed voelen en gelukkig zijn. Verder zou ik ook op 1 of andere manier ook graag nog iets betekenen voor de mensen in Ghana die het soms niet gemakkelijk hebben.

Bedankt Rans !



Vereniging in de kijker : Kwahu Asaase Aban

Vereniging in de kijker : Kwahu Asaase Aban

We sluiten 2020, het bijzondere jaar dat de hele wereld op zijn kop zette, af met Rex Adjei.

Rex is sinds lang een gekend figuur binnen Sankaa en is als secretaris van zijn organisatie Kwahu Asaase Aban een echte initiatiefnemer.

Met enige fierheid in zijn ogen begint hij te spreken over zijn leven in Ghana voor hij in 1986 naar België kwam. Daarginds was hij modeontwerper en actief in Ghana en Nigeria. Ook hier volgde hij nog opleidingen in de mode maar tenslotte ging hij tot zijn pensioen, anderhalf jaar geleden, werken in een fabriek.

Ondertussen is hij papa van 3 volwassenen kinderen, waarvan de laatstegeborene  lector is aan de universiteit.

Rex, hoe kwam jullie op het idee om jullie vereniging op te starten ?

Wel, wij verenigen mensen uit de Kwahu regio. Een regio in het oosten van Ghana.

Op een bepaald moment merkten we dat er veel mensen uit deze gemeenschap problemen hadden hier in België.  Deze problemen waren zeer uiteenlopend. Een vaak voorkomend probleem was bijvoorbeeld dat ze hun weg in de administratieve papiermolen niet vonden en dit vooral omdat de kennis van hun Nederlands nog niet voldoende was.

Omdat wij hier al langer leefden kwamen zij bij ons terecht. We maakten hen wegwijs  in de verschillende openbare diensten, vertaalden documenten, brachten hen op de hoogte  van hun rechten en plichten,….

Op een bepaald moment besloten we om ons te verenigen in ‘Kwahu Asaase Aban’ onder het motto, ‘samen staan we sterker’, om die hulp wat structureler aan te pakken. Bovendien wilden we in het verlengde hiervan ook hulp bieden aan de bevolking van de Kwahu regio waar nog grote noden heersen op vlak van watervoorziening, onderwijs, …

Ondertussen gaat jullie werking verder dan louter ondersteuning dacht ik ?

Ja, we organiseren heel wat socio-culturele activiteiten.

We promoten niet alleen onze eigen Kwahu-waarden en cultuur maar  wij werken ook samen met andere organisaties van andere gemeenschappen.  Niet alleen  om kennis te maken met elkaar maar ook met elkaars cultuur. Wij zetten  eveneens in op  actieve  deelname  aan initiatieven gericht op een breder publiek zoals bijvoorbeeld ‘Borgerrio’ in Borgerhout, om ook aan hen onze cultuur te kunnen tonen.

Naast deze activiteiten zijn we er van bewust dat de fysieke en mentale gezondheid van onze leden belangrijk is.  Regelmatig organiseren we  infosessies o.l.v. Dr Nyarko, een Ghanese dokter, die de gevoeligheden van onze gemeenschap kent. Vele onderwerpen liggen nog in een taboesfeer maar net daarom is het zo belangrijk om mensen erover te informeren en  deze bespreekbaar te maken. Prostaat, Hiv, darmkanker, … Dit is maar een kleine greep uit de onderwerpen die aan bod kwamen.

Deze educatieve activiteiten combineren we met maandelijkse gemeenschapsvormende bijeenkomsten waarbij ontmoeting centraal staat. We delen eten en wisselen uit over actuele onderwerpen of over  problemen bij leden en hoe we die individueel of als gemeenschap kunnen aanpakken,…

Een belangrijk onderdeel van onze werking is ook gericht op het ontdekken en leren kennen van verschillende aspecten van de Belgische samenleving. Daarvoor nemen we vaak deel aan initiatieven van Stad Antwerpen en van onze federatie Sankaa. Het gaat over uiteenlopende activiteiten gaande van lezingen rond integratie, rond verkiezingen, rond onderwijs,….Wij stimuleren ook onze leden om af en toe buiten hun vertrouwde omgeving te stappen . Daarvoor organiseren we regelmatig excursies die daarnaast ook een educatieve waarde hebben. Zo gingen we o.a.  al naar het Koninklijk Paleis in Brussel, het Afrika Museum in Tervuren, het Flanders Field Museum in Ieper, het openluchtmuseum in Bokrijk.

Je vertelde dat jullie ook inzetten op ontwikkelingssamenwerking  ?

Ja ! In samenwerking met Stad Antwerpen konden wij een ICT centrum bouwen en inrichten in onze regio. Hierdoor werd ‘groei door digitalisering’ mogelijk. Niet alleen  voor de  kinderen van de scholen in de regio, die hier vorming krijgen rond de werking van computers, maar voor alle inwoners die hier gebruik van wensen te maken.

Een nieuw project rond watervoorziening en sanitair staat op het programma.

Heb je nog dromen Rex?

Ja, mijn grote droom is om alle mensen van de Kwahu regio te kunnen samenbrengen en dat we ons kunnen verenigen. Niet alleen de mensen van Gent, Brussel en Antwerpen maar ook de mensen van gans Europa, Amerika en Afrika.

De Kwahu mensen van de hele wereld verenigen ! Dat is mijn grote droom !

 

Bedankt Rex !



Vereniging in de kijker : Voice of Women

Vereniging in de kijker : Voice of Women

Terwijl de nieuwe coronamaatregelen in alle media uitgebreid aangekondigd worden ontmoet ik Clara van Voice of Women op het ons ondertussen al vertrouwde zoomplatform.

Zodra het zoomvenstertje openspringt  zie ik een grote glimlach verschijnen en beide zijn we blij dat we elkaar op deze virtuele manier toch kunnen spreken.

Clara Laoye ,  afkomstig uit Nigeria, weduwe en mama van 3 volwassenen kinderen,  vervoegde haar man, die in diplomatieke kringen werkte, 15 jaar geleden in Brussel.

Gezien zij als vrouw van een diplomaat niet mocht werken volgde ze diverse opleidingen gaande van heftruckchauffeur tot floriste en winkelbediende. Verder richtte ze ook Voice of Women op waarvan ze tot nu toe nog steeds voorzitster is.

Wanneer en waarom richtte je Voice of Women op?

In 2007 richtte ik Voice of Women op. Ik had en heb nog steeds een passie voor vrouwen en hun uitdagingen. Niet alleen voor vrouwen uit Nigeria maar voor vrouwen wereldwijd.

Reeds in Nigeria werkte ik al met prostituees waar ik de buurten introk op zoek naar vrouwen die in dit beroep , vaak ongewild, verzeild geraakt waren. Ik bouwde een vertrouwensband op en probeerde hen te overtuigen en te ondersteunen om uit deze branche te stappen.

Later, toen ik al in België leefde, zag ik het probleem nog in een grotere context en vanuit het perspectief van vrouwenhandel.

Verder ontmoette ik hier heel wat vrouwen afkomstig uit verschillende landen die door de taalbarrière geen toegang kregen tot de nodige informatie om hier hun weg te vinden. Het belemmerde hen in het goede functioneren in hun dagelijkse leven en meer nog in hun integratie.

Voice of Women werd dan ook opgericht om vrouwen te helpen bij het vinden van de juiste informatie of hen door te verwijzen naar de juiste diensten.  Zo krijgen vrouwen soms brieven van school of van de overheidsdiensten die zij absoluut niet kunnen vertalen. In dat geval vertalen wij de brieven en  helpen we indien nodig bij het beantwoorden.

Verder werd er een sociaal vangnet opgezet waarin vrouwen elkaar  helpen en bezoeken bij belangrijke levensgebeurtenissen zoals een geboorte of een overlijden. Ook helpen zij elkaar met tips rond opvoeding van de kinderen of zelfs bij de opvang van kinderen indien nodig.

Organiseer je naast deze ondersteuning ook nog andere activiteiten?

Ja, wij vinden ontmoeting, beweging en  cultuurbeleving  ook zeer belangrijk.

We ontmoeten elkaar tijdens bidmomenten. Tijdens deze momenten  wordt er naast het bidden ook veel uitgewisseld rond verschillende thema’s, uitdagingen, nieuwsfeiten, …. Leren aan en van elkaar en elkaar inspireren staan hier centraal.

Daarnaast hebben we  ons voetbalteam. We komen samen om te trainen en een partijtje voetbal te spelen. Ook is er een koor en een vrouwelijke percussieband waarbij plezier en ontmoeting centraal staan. Vele vrouwen hebben hier geen familie en een teamsport of groepsactiviteit geeft hen het gevoel ergens bij te horen.

Jaarlijks gaan we ook op uitstap naar een ander Europees land. Zo bezochten we al Italië, Duitsland, Engeland en Holland.  Ik vind het belangrijk dat we andere landen en culturen leren kennen. Zien hoe mensen er  andere gebruiken en culinaire gewoontes op na houden. Zo kunnen we eens verder kijken dan onze eigen buurt en  een bredere blik op de wereld krijgen.  Niet alleen in andere landen maar ook binnen België gaan we soms of daguitstap om andere streken gaan ontdekken.

Ook als ik uitgenodigd word om voor andere vrouwenorganisaties te gaan praten laat ik me vergezellen door een aantal van onze leden. Zo zien zij ook hoe andere vrouwen leven en bovendien is het een ideale manier om eens aan de dagelijkse sleur te ontsnappen.

Gingen de ontmoetingen verder tijdens de lockdown?

Tijdens de lockdown maakten we gebruik van het digitale platform ‘free conference call’ en hielden we ook telefonisch contact met elkaar.

We organiseerden 2 internationale conferenties met vrouwenorganisaties van verschillende landen. Deze gingen vooral rond covid en hoe we hoopvol en positief kunnen blijven.

Heb je nog dromen ?

Wel persoonlijk zou ik graag een bloemenwinkel openen maar daarvoor moet ik nog de financiële middelen verzamelen.

Voor Voice of Women droom ik er van een fijne ontmoetingsruimte te vinden waar we ook activiteiten en repetities kunnen organiseren.



Vereniging in de kijker : Caad vzw

Vereniging in de kijker : CAAD vzw

Wanneer Benedict het bureel van Sankaa in Antwerpen binnenkomt vult de ruimte zich onmiddellijk met zijn hippe look, energie en uitstraling.

In 1979 belandde Benedict eerder toevallig in België waar hij zijn opleiding Burgerlijk Ingenieur afwerkte en zich hier, na een retourtje naar zijn vaderland, definitief settelde. Ondertussen is hij vader van 4 kinderen, voorzitter van CAAD vzw en tot voor de coronacrisis voetbalcoach van een vrouwenteam.

Het liep echter niet altijd  van een leien dakje voor Benedict. Aanvankelijk was het niet gemakkelijk om werk te vinden als burgerlijk ingenieur. Tenslotte ging hij tijdelijk aan het werk als calculator terwijl hij wel zeer actief was en bleef in de voetbalsector waar hij niet alleen een inkomen kon genereren maar ook het Nederlands leerde.

Door zijn sociale karakter en zijn kennis van de taal kreeg hij een aanbieding om te werken voor IOM (Internationale Organisatie van Migranten) in het kader van de opvang van vluchtelingen. Dit was voor hem de overstap naar de sociale sector.

Dag Benedict. Hoe kwam je op het idee om CAAD vzw op te richten ?

Wel, in de jaren ’90 kwamen al we regelmatig met een groep vrienden uit de diaspora samen.  ‘Onbekend is onbemind ‘ was ons uitgangspunt om te werken rond cultuur en zo onze gebruiken en gewoonten in Vlaanderen te laten zien.

In de beginjaren waren we vooral gefocust op culturele activiteiten waarbij we de zintuigelijke waarnemingen als basis namen. Horen, zien, smaken, voelen en proeven.

We organiseerden kookworkshops, modeshows, maskerateliers, dans- en muziekworkshops….

In 1999 werd CAAD  geformaliseerd en dat was dan ook het startpunt van grotere activiteiten zoals het organiseren van festivals. Deze waren steeds gratis zodat ze voor een breed publiek zouden toegankelijk zijn. Met de opbrengst van de drankverkoop betaalden we de onkosten van de vrijwilligers. Daarnaast participeerden we ook in de organisatie van lokale evenementen zoals ‘Muziek in de wijk’ en zo werd ik al snel lid, en nadien ook ondervoorzitter, van de Cultuurraad van Antwerpen.

Door de jaren heen probeerden we naast de Afrikaanse gemeenschap ook de andere gemeenschappen in Antwerpen te betrekken. Zo hadden we een cultuurproject voor stad Antwerpen onder de vorm van een Afrikaans theater. 2 maal per week werkten we met 30 kinderen van heel gemixte nationaliteiten. Geen betere manier om elkaar te leren kennen. Het ontdekken van de gelijkenissen  en het  leren respecteren in het anders zijn.

Bleef je werkveld beperkt tot Antwerpen ?

Nee, we hadden door de jaren heen een groot netwerk opgebouwd en zo kwamen we terecht in scholen, musea en culturele centra in heel Vlaanderen en zelfs in het Afrika museum van Nijmegen. Een uitgebreid netwerk is belangrijk maar je moet het ook goed gebruiken. Ik denk bijvoorbeeld aan onze vrijwilligerswerking waarbinnen we vertrekken vanuit de competenties van elk individu om hen in onze werking in te zetten. Mijn vader zij altijd ‘never ask a fish to climb a tree’ en ik hou dit steeds in gedachten.

Hoe ziet jullie huidige werking er uit ?

Alles is in proces en zo ook onze werking. Terwijl we voordien vooral onze cultuur wilden uitdragen onder het motto ‘onbekend is onbemind’ focussen we ons nu meer op  rechten en plichten. Veel mensen uit onze gemeenschap zijn hier al lang en we richten onze pijlen nu vooral op integratie en op het wegwijs worden in de Belgische samenleving.

Verschillende groepen binnen die gemeenschap worden betrokken en we proberen ook zo veel mogelijk bruggen te bouwen. Een mooi project was ‘Album de Famille’ dat zich richtte tot alleenstaande zwangere meisjes onder de 26 jaar. Dit project konden we uitvoeren met de ondersteuning van district Antwerpen en in samenwerking met het CAW en met Free Clinic.

Ervaringsuitwisseling en ondersteuning waren heel belangrijke pijlers van dit project waarbij leren van elkaar werd gecombineerd met infosessies rond rechten en plichten en met uitstappen naar Kind en Gezin, de kringloopwinkel, de Kraamvogel,…

Een ander deel van onze werking richt zich meer op toeleiding tot de arbeidsmarkt waarvan ons zelf gefinancierde project ‘Recht op Arbeid’ een mooi voorbeeld is. Hierbij ondersteunen wij mensen bij hun zoektocht naar werk. We geven tips rond het schrijven van een CV en een motivatiebrief en we helpen bij het leggen van contacten.

Verder verzorg ik ook een permanentie bij mij thuis of aan het Koninxplein waarbij ik ondersteuning bied aan particulieren en verenigingen die met heel specifieke problemen te kampen hebben. Sommige problemen los ik zelf op maar voor andere problemen verwijs ik door naar de gepaste diensten.

Doorheen de volledige werking van CAAD zijn er ook vele samenwerkingen met CC  Luchtbal en CC Sint Andries en voordien ook met het Etnografische museum (het huidige MAS) in Antwerpen.

Benedict , heb je nog dromen ?  

 

Het zou mooi zijn om een andere maatschappij te zien, los van kleur en afkomst.Waarbinnen iedereen gelijk is. Alleen al omdat ik dan het gevoel heb dat al mijn inzet niet voor niks is geweest.



Vereniging in de kijker : Wasaman Association Antwerpen

Vereniging in de kijker : Wasaman Association Antwerpen

Tijdens de coronacrisis hielden wij, van Sankaa, onze rug recht en bleven we zo veel mogelijk mensen ontmoeten en ondersteunen op afstand en virtueel. Dit vroeg soms   heel wat creativiteit en flexibiliteit van de lidverenigingen en van het team en ik ben dan ook opgelucht dat ik vandaag een gesprek van vlees en bloed kan voeren met Bernard Nana Kyei of beter gekend als Cliff.

Cliff is een oude gekende bij Sankaa en is naast zijn functie als voorzitter van onze lidvereniging ‘Wasaman Association Antwerpen’ ook lid van onze Raad van Bestuur.

Cliff komt uit de Wasa Saah regio in Ghana en ziet er voor zijn leeftijd van 65 jaar nog bijzonder goed uit. Al snel is hij honderduit aan het vertellen over zijn leven in Borgerhout en over de lange wandelingen die hij maakt om fit te blijven.

Cliff maakte zijn middelbare school af in Ghana en ging daarna naar de zeemansschool. In 1977 kreeg hij een job als matroos op een schip en zo kwam hij terecht in Antwerpen waar hij in 1981 trouwde en zijn leven aan wal begon uit te bouwen.

Hoe kwam je op het idee om jouw vereniging op te starten ?

Oorspronkelijk waren er niet veel Ghanezen in Antwerpen maar vanaf eind  jaren ’80 kwam daar geleidelijk aan verandering in. Vele van die nieuwkomers hadden hulp nodig om hun weg te vinden in deze voor hen nieuwe samenleving. Vaak kwamen ze naar mij toe voor allerhande soorten hulp zoals vertalingen maken, financiële hulp,….

Op een bepaald moment bedacht ik dat het beter zou zijn om ons te verenigen in een organisatie zodat we er voor elkaar konden zijn en ervaringen uitgewisseld konden worden. Leren van elkaar en elkaar helpen was de uitgangspositie van Wasaman Association Antwerpen.

Organiseren jullie activiteiten met jullie vereniging ?

We richten onze in eerste instantie op de integratie van onze leden door het organiseren van maandelijkse ontmoetingsmomenten. Onze leden komen van overal in België en we bespreken naast de werking van de vzw ook de problemen en de mogelijke oplossingen binnen de gemeenschap. Tijdens de coronacrisis  werden bijvoorbeeld acties op touw gezet om mensen met een verlies aan inkomen te helpen. Die onderlinge solidariteit is in onze werking heel belangrijk en dient ook als mentale ruggensteun binnen de gemeenschap.

Naast de maandelijkse ontmoetingsmomenten nodigen we ook stads- en andere diensten uit zoals de politie, Stad Antwerpen, …. Dit werkt dubbel omdat onze mensen een inkijk krijgen op de werking van deze  diensten  maar deze  krijgen dan  op hun beurt weer input  rond de noden en het leven van de Ghanese gemeenschap hier in Antwerpen. Tijdens de verkiezingen vertegenwoordig ik  de Ghanese gemeenschap  bij de samenkomsten van de verschillende politieke partijen. Niet alleen om hun verschillende partijprogramma’s te kennen maar ook om onze gemeenschap een stem te geven. En ten slotte organiseren we elk weekend Nederlandse taallessen onder leiding van een leraar van stad Antwerpen.

Wasaman organiseert ook elk jaar minstens 1 uitstap buiten Antwerpen. Vaak doen we dit in samenwerking met andere organisaties en met de steun van Stad Antwerpen en van ‘Iedereen verdient vakantie’. Een bezoek aan Gent, Brugge, Bokrijk en de zee stonden al op het programma. Ook het Afrikamuseum van Tervuren werd met veel interesse bezocht.

We motiveren onze leden ook om er een gezonde levensstijl op na te houden. Zo organiseren we 2 wekelijks wandelsessies, zwemlessen  en nemen we ook deel aan projecten zoals Simpelweg Gezond waarbij gezonde voeding en beweging centraal staan.

Infosessies rond prostaatkanker en baarmoederkanker stonden op het programma. Deze thema’s, die nog vaak  een taboe zijn, werden aangebracht door Dr Nyarko, een Ghanees, die de cultuurgevoeligheden van de gemeenschap perfect van binnenuit kent.

Hebben jullie ook een werking in Ghana ?

Ja, we zijn actief in de Wassa-Saah regio waar we op 2 plaatsen waterpompen geïnstalleerd hebben waardoor een 3000-tal dorpelingen toegang tot proper water kregen. De mensen van het dorp hielpen mee de putten graven en met de steun van district Antwerpen konden we de pompen aankopen en installeren. Een wereld van verschil voor de dorpelingen die voordien 2 kilometer moesten stappen om water uit de rivier te halen.

Op dit moment zijn we bezig met het installeren van toiletten in een naburig dorp met  ongeveer 1800 dorpelingen. Zodra de coronacrisis achter de rug in maken we er weer werk van.

Heb je nog dromen Cliff?

Ja, ik heb nog  veel dromen !

Nu ik op pensioen ben zou ik meer en meer in Ghana willen vertoeven maar wel met de wetenschap dat ik mijn werk hier kon doorgeven aan de jongere generatie en dat de organisatie groeit en bloeit.



Vereniging in de kijker : Afrikaans Communautair Centrum (AIC) vzw

Vereniging in de kijker : Afrikaans Communautair Centrum (AIC) vzw

Wanneer het ‘Skype’schermpje openspringt zie ik Norbert Ngila zitten. Een brede glimlach en een enthousiaste begroeting verder beginnen we aan het interview. Norbert groeide op in de Evenaarsprovincie in DR Congo en woont sinds 1986 in Antwerpen waar hij een master in internationale politiek behaalde. Na zijn studies was de politieke situatie in DR Congo zeer onstabiel waardoor een terugkeer naar zijn vaderland niet ideaal was.

Ondertussen leeft en werkt Norbert nog steeds hier in België en is hij ondertussen fiere vader van 2 mooie dochters. Praten met Norbert is altijd een beetje reizen. Hij beweegt zich soepel tussen het Nederlands, Frans en Engels en af en toe sluipt er ook woordje Lingala in.

Naast zijn job als educatief medewerker bij Sankaa is hij ook voorzitter van AIC of het Afrikaans Intercommunautair Centrum.

Waarom Afrikaans Intercommunautair Centrum (AIC)?

Wel, voordien was ik educatief medewerker bij Afrikaans Platform (PAG vzw). Toen deze koepelorganisatie voor Afrikaanse verenigingen over kop ging in 2014 bleven vele verenigingen in de kou staan. Het overgrote deel van deze verenigingen was Franstalig en Sankaa richtte zich toen nog vooral op de Engelstalige Afrikaanse gemeenschap in Antwerpen. Vele sleutelfiguren bleven me dan ook contacteren om hen te ondersteunen bij verschillende activiteiten zoals het schrijven van dossiers en het naleven van hun  administratieve verplichtingen. Gedurende de eerste maanden gebeurde dit op een informele manier maar eind 2014 hebben we het geformaliseerd door AIC vzw op te richten.

Zijn de activiteiten van AIC ondertussen geëvolueerd?

Ja, ondertussen is het doel van AIC enigszins veranderd want ook de Franstalige verenigingen,  en bij verdere uitbreiding verenigingen van de hele Afrikaanse gemeenschap, kunnen nu bij Sankaa terecht voor dit soort ondersteuning. Ondertussen ben ik zelf ook tewerkgesteld bij Sankaa en kan ik deze leden dus ook verder opvolgen.

Met AIC richten we ons onder andere op gemeenschapsvormende bijeenkomsten waarbij we elke 2 maanden samen komen om een aantal actuele gebeurtenissen in Antwerpen en in Congo te bespreken. We bekijken dan hoe we kunnen anticiperen, inspelen, hulp kunnen bieden,…

Als lidvereniging nemen we ook deel aan de activiteiten georganiseerd door Sankaa. Deze zijn zeer uiteenlopend en kunnen gaan van gegidste natuurwandelingen in samenwerking met Natuurpunt tot infosessies rond huiswerkbegeleiding. Ook de  geleide bezoeken aan reguliere diensten (zoals bijvoorbeeld de cm) of het bijwonen van politieke debatten zijn voor ons heel interessant.

Verder zetten we soms grotere projecten op in samenwerking met andere partners. Een mooi voorbeeld hiervan was ons seniorenproject in samenwerking met het Dienstencentrum Hagelkruis (Ekeren), Stad Antwerpen en de federatie voor Russische sprekenden in Antwerpen. Tijdens dit projectjaar brachten we Vlaamse en Afrikaanse senioren op regelmatige basis bij elkaar. Tijdens deze ontmoetingen vertelden de senioren elkaar  honderduit over hun jeugd, de gebruiken en gewoonten in hun land en hun cultuur en er werd samen gegeten en gedanst. Bruggen bouwen hoeft niet altijd moeilijk te  zijn. We vinden het ook belangrijk om met AIC en de Congolese gemeenschap deel te nemen aan culturele evenementen in onze stad. Jaarlijks nemen we deel aan Borgerrio in Borgerhout en aan het Rumbafestival op het Koninxplein. We brengen dan Congolese muzikanten aan om op deze manier bij te dragen aan deze multi-culturele initiatieven. Bovendien is het  ook een mooie manier om onze dans- en muziekcultuur aan een zeer divers publiek voor te stellen.

Zijn jullie enkel actief in Antwerpen ?

De meeste van onze activiteiten gaan inderdaad door in Antwerpen omdat onze leden vooral in het Antwerpse wonen en het openbaar vervoer gebruiken .

We stimuleren hen echter ook om af en toe hun vertrouwde omgeving te verlaten en daarom  organiseren we ook daguitstappen of nemen we deel aan activiteiten buiten het centrum. Zo gingen we op bezoek naar het Afrika Museum in Tervuren, het Vlaamse en het federale Parlement, de zetel van de EU en we bezochten ook de Efteling in Nederland. Deze daguitstappen organiseerden we samen met andere verenigingen en met de steun van stad Antwerpen. We namen  eveneens deel aan een 5-tal natuurwandelingen binnen het project Simpelweg Gezond van Sankaa. Onder leiding van een gids van Natuurpunt gingen we wandelen in  enkele natuurgebieden aan de rand van Antwerpen. Het was een ontdekking voor vele van onze leden dat deze gebieden zo toegankelijk zijn en ook gemakkelijk te bereiken.

Verder waren wij ook partner in het ‘Maisha festival’ in Brussel en in ‘Matonge en Couleurs’. Wij vinden samenwerken en uit onze vertrouwde zone komen ontzettend belangrijk en zetten daar dan ook echt op in.

En hebben jullie ook projecten in Congo ?

 

Op dit moment hebben wij nog geen echte structurele projecten in Congo maar het is een zaadje dat aan het kiemen is binnen AIC. We willen ons in eerste instantie vooral richten op de ondersteuning van scholen op het platteland waarbij we inzetten op de voorziening van school- en didactisch materiaal en op het onderhoud van de gebouwen. In een tweede fase willen we ziekenhuizen ondersteunen door hen in  fondsen te voorzien zodat  de  juiste en kwalitatief goede  medicijnen kunnen aangekocht worden en zodat die dan ook gratis of tegen een democratische prijs aangeboden kunnen worden aan alle lagen van de bevolking.

Norbert, heb je nog dromen voor de toekomst ?

 

Wel, tijdens 1 van mijn laatste reizen naar Congo was  ik in Kisangani getuige van deerbarmelijke slechte gezondheidstoestanden. Er was geen medicatie of slechte medicatie waardoor mensen en kinderen onnodig stierven. Mijn grote droom is dan ook om ooit een samenwerking op te zetten met de farmaceutische sector waardoor we dit kunnen opvangen.

En verder zou ik het fijn vinden om meer in Congo te kunnen vertoeven als ik op pensioen ben. Een leven tussen Congo en België lijkt me perfect !

Bedankt Norbert !